In de nazomer van dit jaar gebeurde het...
Na een mooie wandeling
doorheen bossen en velden lag ik languit op mijn rug in het droge
halflange grasland van voornamelijk Gladde witbol.
Terwijl mijn gedachten werden afgeleid door alle natuurlijke geluiden uit mijn naaste omgeving,
probeerde er plots een insect mijn rechteroor binnen te dringen.
Zoals alle mensen reageerden ik licht paniekerig op dit overweldigende vreemde gevoel in mijn oor.
Het heeft iets ongewenst intiem, een insect dat in je oor kruipt.
Je kan het letterlijk niet zien aankomen en wanneer je het voelt bevindt het zich al te ver binnen je comfortabele zone.
Vlug schoot ik met mijn rechterwijsvinger mijn kwetsbare oor ter hulp.
De combinatie van mijn vinger en het insect in mijn gehoorgang was echter net iets te intiem.
Ik hoorde enkele lichaamsdelen van het insect kraken met een opmerkelijk waarneembare geluidskwaliteit.
De snelle interventie van mijn wijze vinger maakte het bijzonder gemakkelijk om de indringer net op tijd uit mijn oor te verwijderen.
Een oorworm. Een oorworm in mijn oor.
Een amplificatie van mijn jeugd: "Kruipen oorwormen in mensen hun oren?"
Toen
ik als klein kind mijn grootmoeder hielp met haar grote bloempotten op
haar terras te verzetten, dan stoven verblind door het plotse zonlicht en waarschijnlijk opgeschrikt door de aderspat op mijn grootmoeder haar kuiten,
allerlei ongewervelden alle kanten op.
Pissebedden, slakken, mieren, wormen, duizendpoten, spinnen en ook oorwormen.
Oorwormen hadden voor mij altijd iets exotisch omwille van hun tangen aan hun achterlijven.
Het waren voor mij imaginaire schorpioenen. Levensgevaarlijk.
In
de chaos van al deze ongewervelden die kris kras over elkaar heenliepen
waren het altijd de oorwormen die een beetje macho uit de hoek
probeerden te komen.
Ze durfden mij aan te kijken en gelijktijdig heften zij hun tangen lichtgebogen opwaarts...
Als kind keek ik dan de dood in de ogen...
Later
op school toen ik educatief kennismaakte met de opbouw van
het menselijk lichaam bleef de oorworm voor mij nog steeds een
mysterieus insect.
In mijn klaslokaaltje hingen aan de muur zo
van die ouderwetse gedrukte posters tussen twee houten stokken.
Een van deze posters illustreerde het menselijk oor.
Een van deze posters illustreerde het menselijk oor.
Daarop kon ik zien dat er zoiets bestond als het binnenoor en het "slakkenhuis"...
Het slakkenhuis? De oorworm en het slakkenhuis moesten dus een connectie met elkaar hebben.
Een
volledige nacht van gramschap over het verband tussen de bloempotten
van mijn grootmoeder, alle insecten die eronder zaten, de oorwormen die
überhaupt weinig op een worm leken en de twee slakkenhuizen in mijn
oren...
De volgende dag moesten de antwoorden van mijn vader en mijn leraar op school meer duidelijkheid geven op mijn bezorgde vragen.
En zo spraken zij wijselijk;
"Oorwormen kruipen niet in de oren van kindjes."
"Er is geen verband tussen het slakkenhuis en oorwormen."
Vele jaren later bestudeerde ikzelf de eigenschappen van een oorworm.
Ik ontdekte waarom dit insect met deze naam door het leven verder moet.
Het
is een intrigerend insect. Een beetje The Special Forces onder de
ongewervelde dieren in onze tuinen. Het was terecht een kleine macho die
ik met mijn kinderogen aanschouwde...
Zo'n klein diertje katapulteerde me geheel onverwacht terug naar mijn kindertijd, door deze nazomer onaangekondigd naar mijn slakkenhuis in mijn rechteroor te lonken...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten