zaterdag 26 december 2015

De Kerstboom

Onze gelijkvloerse verdieping heeft aan de straatkant drie ramen.
Het voetpad aan onze kant van de straat is erg smal...
Voortdurend passeren er mensen, komende van links of van rechts.
Hun verschijning wordt telkens onderbroken door de muur tussen onze ramen in. De drie kozijnen zijn als een soort video-frame waarbij ik telkens drie fragmenten kan aanschouwen van de mensen die aan onze woning voorbij gaan. Binnen is onze algemene leefruimte. 
Overdag, wanneer het buiten licht is, gebruiken vele mensen de reflectie van onze ramen om te kijken of ze er goed uitzien. 
Voor iemand met een interesse voor antropologische linguïstiek en het analyseren van micro-expressies, woon ik momenteel op een zeer boeiende locatie.
Vaak zit ik dan een meter verder. Binnen. 
Ik kijk naar buiten. Naar hen.
En zij kijken, door middel van één van onze vensters, naar zichzelf. 
Het is merkwaardig hoeveel informatie mensen zo met mij delen.

Mensen kunnen tevreden zijn over hoe ze eruit zien. 
Ze verlaten het raam met een krachtige zelfzekere glimlach.
En vaak delen ze deze met een extra bevestiging en nog één blik in het volgende raam... .
Mensen kunnen ook vertwijfeld naar zichzelf kijken.
Mensen proberen zichzelf te overtuigen dat ze er toch niet zo slecht uitzien, terwijl dit soms wel zo is.
Ze verlaten het raam opmerkelijk rusteloos en onzeker.
Het volgende raam zullen ze meestal volledig negeren...
Mensen kunnen mij ook attent maken over details in hun gezicht die zij enkel zien, maar niemand ooit echt zou opmerken.
Mensen zijn ijdel.
Zij die dit niet zijn, passeren vaak onze drie ramen zonder enige kennismaking.

Twee van mijn ramen gebruik ik sporadisch als tentoonstellingsruimte.
Ik plaats "iets" binnen het kozijn en ik wacht geduldig hoe de mensen op straat zullen reageren.
Het heeft emotioneel iets zeer steriel. Ik perform.
Mensen zijn vrij om deel te nemen. Gratis.
En zij maken de cirkel rond door simpelweg te kijken.
Het rechtstreeks kunnen aanschouwen van de gelaatsuitdrukkingen en de lichaamstaal bezorgen mij de vergenoegdheid.

Het voorbije w-end hing ik tegen een raam het blad dat ik als foto in dit onderwerp heb toegevoegd.


Ik zag reeds een breed spectrum van reacties. Expressies...

Mensen lazen de tekst op het blad en kregen bv. een glimlach.
Ze zetten enkele stappen en kwamen dan vertwijfeld terug, ...voor een foto... .

Er zijn ook mensen die het niet begrijpen.
En daar is helemaal niets mis mee.

Er zijn ook mensen die het echt niet begrijpen en die lezen het opnieuw.

Tevergeefs...

zondag 20 december 2015

De oorworm

In de nazomer van dit jaar gebeurde het...
Na een mooie wandeling doorheen bossen en velden lag ik languit op mijn rug in het droge halflange grasland van voornamelijk Gladde witbol.
Terwijl mijn gedachten werden afgeleid door alle natuurlijke geluiden uit mijn naaste omgeving,
probeerde er plots een insect mijn rechteroor binnen te dringen.
Zoals alle mensen reageerden ik licht paniekerig op dit overweldigende vreemde gevoel in mijn oor.
Het heeft iets ongewenst intiem, een insect dat in je oor kruipt.
Je kan het letterlijk niet zien aankomen en wanneer je het voelt bevindt het zich al te ver binnen je comfortabele zone.
Vlug schoot ik met mijn rechterwijsvinger mijn kwetsbare oor ter hulp.
De combinatie van mijn vinger en het insect in mijn gehoorgang was echter net iets te intiem.
Ik hoorde enkele lichaamsdelen van het insect kraken met een opmerkelijk waarneembare geluidskwaliteit.
De snelle interventie van mijn wijze vinger maakte het bijzonder gemakkelijk om de indringer net op tijd uit mijn oor te verwijderen.
Een oorworm. Een oorworm in mijn oor.
Een amplificatie van mijn jeugd: "Kruipen oorwormen in mensen hun oren?"
Toen ik als klein kind mijn grootmoeder hielp met haar grote bloempotten op haar terras te verzetten, dan stoven verblind door het plotse zonlicht en waarschijnlijk opgeschrikt door de aderspat op mijn grootmoeder haar kuiten, allerlei ongewervelden alle kanten op.
Pissebedden, slakken, mieren, wormen, duizendpoten, spinnen en ook oorwormen.
Oorwormen hadden voor mij altijd iets exotisch omwille van hun tangen aan hun achterlijven.
Het waren voor mij imaginaire schorpioenen. Levensgevaarlijk. 
In de chaos van al deze ongewervelden die kris kras over elkaar heenliepen waren het altijd de oorwormen die een beetje macho uit de hoek probeerden te komen.
Ze durfden mij aan te kijken en gelijktijdig heften zij hun tangen lichtgebogen opwaarts...
Als kind keek ik dan de dood in de ogen...
Later op school toen ik educatief kennismaakte met de opbouw van het menselijk lichaam bleef de oorworm voor mij nog steeds een mysterieus insect.
In mijn klaslokaaltje hingen aan de muur zo van die ouderwetse gedrukte posters tussen twee houten stokken. 
Een van deze posters illustreerde het menselijk oor. 
Daarop kon ik zien dat er zoiets bestond als het binnenoor en het "slakkenhuis"...
Het slakkenhuis? De oorworm en het slakkenhuis moesten dus een connectie met elkaar hebben.
Een volledige nacht van gramschap over het verband tussen de bloempotten van mijn grootmoeder, alle insecten die eronder zaten, de oorwormen die überhaupt weinig op een worm leken en de twee slakkenhuizen in mijn oren...
De volgende dag moesten de antwoorden van mijn vader en mijn leraar op school meer duidelijkheid geven op mijn bezorgde vragen.
En zo spraken zij wijselijk;
"Oorwormen kruipen niet in de oren van kindjes." 
"Er is geen verband tussen het slakkenhuis en oorwormen."

Vele jaren later bestudeerde ikzelf de eigenschappen van een oorworm.
Ik ontdekte waarom dit insect met deze naam door het leven verder moet.
Het is een intrigerend insect. Een beetje The Special Forces onder de ongewervelde dieren in onze tuinen. Het was terecht een kleine macho die ik met mijn kinderogen aanschouwde...

Zo'n klein diertje katapulteerde me geheel onverwacht terug naar mijn kindertijd, door deze nazomer onaangekondigd naar mijn slakkenhuis in mijn rechteroor te lonken...